
Pandhuiswet 1910
Artikel 28
Tot pand worden niet aangenomen:
a
zaken, die kenlijk tot den eeredienst behooren of kenlijk afkomstig zijn van instellingen van weldadigheid;
b
zaken, die met duidelijke omschrijving bij den houder van de bank als door diefstal verloren zijn aangegeven, behoudens schriftelijke machtiging van de burgemeester;
c
zaken, behoorende tot de kleeding, uitrusting of wapening van een krijgsman beneden den rang van officier.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.